De jongste zoon en ik namen een staalkaart van het Belgische voetbal. We keken naar Brugge tegen Anderlecht, de week erop naar Anderlecht tegen Antwerp en pikten tussendoor wat Premier League soccer mee, onder meer met Newcastle tegen Chelsea.

In de tweede helft tussen Brugge en Anderlecht was het wachten op een echte uitgespeelde kans. Die kwam er nooit in een match die nooit duel werd. Benitez bracht met Newcastle een provinciale versie van Deschamps en les bleus tijdens het WK.

Tegen Antwerp was de eerste helft van paars aardig. En hoopte ik op waar voor mijn geld, zijnde net geen 10 euro voor mijn dagpas op PlaySports. Maar de volgende 45 minuten was het Antwerp dat wilde spelen en verdiend gelijk maakte.

Niets te beleven tot die ene goal.

Sinds wanneer is voetbal hier tot deze fysieke versie van the beautiful game verveld?

Grote, potige spelers die hun mannetje staan, niet van de bal te zetten zijn, die zijn talrijk. Maar waar is de flair, het balgevoel, de toets, de slimme aanname, de intelligentie om geen dribbel met een muur van drie man aan te gaan? 

Waar zitten die ploegen met hun hoofd wanneer ze nieuw talent aantrekken? Scouten ze bij vechtsportscholen, soms?

Van mij mag de lat een pak hoger.

In mijn hoofd zong ik ‘Is dit voetbal?’ op Doe Maar-wijze. Maar de jongste vatte mijn zuchten en vloeken bij de zoveelste slechte pass en aanname beter samen.

‘Saai. Echt saai.’

Daarmee toverde hij de eerste glimlach op mijn gezicht sinds ik die dagpas voor het tweede weekend op rij activeerde. 

‘Maar Belgisch voetbal is ook wel leuk,’ besloot hij. ‘Zo knullig met zo veel domme fouten dat het best leuk wordt.’

Dat PlaySports abonnement komt er nooit. Dat is nu wel zeker. 

En wil ik straffer, ongedwongen en eerlijk voetbal zien, dan zijn er onze matchen met de U12.