Spitsen mogen schitteren in de moeilijkste positie, de doelman mag zichzelf acrobatisch in de kijker werken, middenvelders strooien in het centrum van de aandacht passen naar believen, maar er zijn weinig posities zo episch en onderschat als die van De Laatste Man.

Anker, hoeksteen, muur.
Beuk, katapult, noodrem. 
Brenger van rust.
Laatste strohalm, blok en mes.
Onzichtbare eerste zet in de volgende aanval.

We hadden zoveel geleerd dit seizoen. Rood-geel boven. Ik wilde te graag winnen van de vuilste en hardste ploeg van onze reeks. Voor ons, met z'n allen, met ons eerlijke spel dat slimmer en beter zou blijken. 

De eerste helft overklasten we hen totaal. Alles volgens plan.

Twee steekjes liet hij vallen, onze Laatste Man. Twee meter voor hun spits ingestapt. Twee keer heb ik hem daarop te hard gewezen met een stem die al halverwege de match schor was geschreeuwd. 

Ik weet het: mijn voetbalbeest. Lelijk en luid, en genadeloos.

Ondanks mijn goede voornemens voor elke aftrap wint het van me, werkt het zichzelf te hard naar buiten. Match na match. Ook als het goed gaat, maar even hard als een goedbedoelde pass kracht mist, richting, of goesting. Als jonge benen inzet mankeren.

Rustig aan, zegt de papa in mij. Plezier eerst. Niemand jogt tussen mijn lijnen, tiert de coach in mij. Erachteraan, en wel nu. Druk zetten.

De Cola en versnapering waren een belachelijke troostprijs bij zijn verslagenheid. Capuchon over het hoofd. Blik naar beneden. Mijn woorden bereikten nauwelijks zijn oren.

Vier-nul verloren we. Maakt niet uit. Echt niet.
Nog geen twaalf jaar is hij, onze Laatste Man.

Foto: Rogier Nieuwendijk