Deze boeken hebben ‘Twaalf’ vergezeld van begin tot einde. Nooit verlieten ze mijn bureau; hun ruggen altijd in het zicht. Wanneer het schrijven niet vlotte, nam ik ze vast en begon te lezen op een willekeurig opengeslagen bladzijde.

‘The coma’ van Alex Garland. 
‘Der Prozess’ van Kafka. 
‘De metamorfosen’ van Ovidius, of toch het stuk over Daedalus en Icarus.
Murakami's 'Kafka op het strand', dat zich op een gekke manier ertussen heeft gewriemeld.

Nu vraag ik me af wat ze gemeen hebben; wat het was dat me deed schrijven. Wat ik voorlopig weet: dat ze zich verwonderen, kijken naar de realiteit alsof ze die niet begrijpen; woorden gebruiken om grip te krijgen; spelen met wat echt is en wat niet, en hoe die werelden in elkaar overgaan. En twijfel.

Maar geldt dat niet voor elke roman?

Dus misschien is het: overgaan van de ene wereld in de andere. En wat je daarmee wint en verliest.

Illustratie van N. Garland uit 'The Coma'